De klassieke breedplaat
Het systeem is zeer eenvoudig: de breedplaat vormt de onderste schil van de vloer die in de fabriek, onder strenge controle, van onderwapening werd voorzien. De totale dikte van de vloer bekomt men door op de werf beton bij te storten.
Technisch
De klassieke breedplaat is een dun plaatvormig betonelement samengesteld uit een betonschil, de plaatwapening en/of tralieliggers en voorzien van de nodige uitsparingen. De bovenzijde is opgeruwd en de onderzijde is glad en strak.
De betonschil
De betonschil heeft verschillende functies. Ze zorgt voor de krachtoverdracht naar de onderwapening en beschermt deze door de betondekking tegen externe invloeden (milieu, brand). De ruwheid van de bovenzijde werkt mee bij de aanhechting van het ter plaatse gestorte beton.
De plaatdikte
De plaatdikte kan variëren van 40 tot 150 mm, waarbij 50 mm algemeen als standaard gehanteerd wordt. De toegepaste dikte wordt o.a. bepaald door de gevraagde betondekking, de wapeningshoeveelheid, de totale vloerdikte en de bouwtechnische vereisten.
Alle concrete eisen waaraan breedplaten moeten voldoen, worden beschreven in de Technische Voorschriften (PTV 202). Dit normatief document - goedgekeurd door het BIN en onder controle van PROBETON - vormt de basis voor het dragen van het BENOR-merk. De onderstaande alinea’s worden in tabelvorm ondersteund door uittreksels uit dit PTV.
De plaatbreedte
De plaatbreedte varieert meestal tussen 1200 en 2400 mm. De toegepaste plaatbreedte wordt o.a. bepaald door de infrastructuur van de individuele fabrikant, de kraanmogelijkheden op de bouw en de specifieke indelingseisen van de klant. Uiteraard wordt elk vloerveld gesloten met een pasplaat. Voor geschikte toepassingen is de kamerbrede vloerplaat het ‘neusje van de zalm’. Ruimtes kunnen hierbij door middel van één enkele plaat naadloos worden dichtgelegd.
De plaatlengte en plaatvorm
De plaatlengte en plaatvorm zijn volledig afgestemd op de dimensies van het bouwwerk. Hierin is ‘maatwerk’ het sleutelwoord en dit kan nog verder onderstreept worden door het verwerken van allerlei types van inbouwelementen. Enkele voorbeelden:
- Open uitsparingen (rechthoekig, rond,...) kunnen dienen voor de doorvoer van grotere leidingen
- Uitsparingen uit cellenbeton geven de gebruiker de mogelijkheid kleinere doorvoeren gemakkelijk en snel zelf te boren
- Elektriciteitsvoorzieningen (verdeeldozen, lichtpunten,...) versnellen de afbouw ter plaatse.
De aansluiting
De aansluiting tussen de verschillende breedplaten wordt gerealiseerd door middel van een geprofileerd voegdetail. De individuele vormgeving van de verschillende producenten bepaalt de esthetische aspecten en de mogelijkheden tot verdere afwerking.
De betonkwaliteit
Ook de betonkwaliteit en de betonsamenstelling zijn aanpasbaar aan
de vereisten van de bouw. Manipulatie en omgevingsklasse bepalen
de minimale sterktes. In de praktijk schommelen de karakteristieke
sterktes van het beton tussen 30 en 45 N/mm2.
Minimum betondruksterktes
Effectieve druksterkte (fcm) gemeten op kubus:
- fcm = 10 N/mm2 voor afvoer naar de stapelplaats
- fcm = 0.7 fck bij levering naar de bouwplaats in het geval er tijdelijke stutten worden toegepast
- fcm = 0.9 fck bij levering naar de bouwplaats van zelfdragende platen
De plaatwapening
De plaatwapening wordt gerealiseerd door toepassing van hoogwaardig staal, meestal van het type BE 500, met verbeterde aanhechting onder de vorm van geprefabriceerde netten, losse staven of een combinatie van beide. De soepelheid van breedplaten wordt ook hier benadrukt door diverse mogelijkheden, die toelaten gedurfde constructies te ontwerpen. Het verwerken van beugels, spelden, opgeplooide of uitstekende wapeningen behoren immers tot de mogelijkheden.
De tralieligger
Het geniale van de breedplaat zit hem eigenlijk in de tralieligger die verscheidene functies vervult:
- Het verleent het element de nodige stijfheid bij manipulatie, transport en afstorten
- Het verzekert (samen met de ruwheid van de plaat) de verbinding tussen de breedplaat en het ter plaatse gestorte beton
- Het doet dienst als aangrijppunt bij de manipulatie van de vloeren
- Het kan meestal gebruikt worden als afstandshouder voor de bovenwapening
De tralieligger is opgebouwd uit drie componenten. De twee onderstaven spelen mee als constructieve wapening in de plaat. De twee doorlopende sinusoïdale diagonalen nemen de krachtoverbrenging naar de bovenstaaf en de afschuifkracht tussen plaat en gestort beton voor hun rekening. De bovenstaaf houdt het krachtenspel in evenwicht buiten de betonschil.
De opstortlaag
De opstortlaag is constructief gezien het belangrijkste deel van de breedplaatvloer: deze vormt het werkende deel van de vloer. Na plaatsing van de breedplaat wordt deze op de werf gestort. Voor het storten worden aangebracht:
- De voegwapening
Over de voegen tussen de breedplaten worden, tussen de tralieliggers, wapeningsstaafjes aangebracht. Zij zorgen ervoor dat de vloer later als één geheel werkt. Hierdoor worden barsten in de opstortlaag ter plaatse van de voegen - en in de eventuele latere plafondafwerking - voorkomen.
- De bovenwapening
Bij overkragingen, doorlopende vloeren, ... kortom overal waar negatieve momenten opgevangen moeten worden, plaatst men bovenwapening. Deze kan rechtstreeks op de tralieliggers geplaatst worden. De tralieliggers kunnen dienst doen als afstandshouder.
- Alle extra wapening
Ook alle andere wapening, aangeduid op het legplan, wordt geplaatst. Deze kan om allerhande redenen nodig zijn, bijvoorbeeld voor het creëren van ingewerkte balken, het voorkomen van doorponsen van kolomkoppen, verstevigingen aan ravelingen,...
Voorzieningen
In de opstortlaag kunnen allerlei voorzieningen ingebouwd worden. Zoals bij alle constructies is het trouwens de onderste en de bovenste laag van de opstortlaag die het werkende deel van de vloer vormt. We denken hierbij aan leidingen voor elektriciteit, verwarming, waterafvoer, maar ook grotere elementen. Hierdoor worden een uitvullingschape en eventueel verlaagd plafond overbodig. Dit betekent een grotere nuttige verdiepingshoogte of meer bouwlagen in hetzelfde volume. In de plaat zelf kunnen constructieve voorzieningen (rails, hulzen) aangebracht worden of uitsparingen voor elektriciteitsdozen, lichtspotjes, … voorzien worden.


