Afwerking
Spuitplamuur, de juiste afwerking voor de breedplaat.
Betonnen plafonds worden sinds vele jaren afgewerkt met een pleister op basis van gips, na voorbehandeling met een hechtende tussenlaag . Meestal geeft dit een bevredigend resultaat. Toch moet men rekening houden met de evolutie van de betontechnologie, waardoor dichtere oppervlakken bekomen worden, waardoor het uitdrogen van het beton langzamer verloopt. Het voordeel is een beton met betere kwaliteit, maar samen met de uitvoeringssnelheid die momenteel geëist wordt in de bouw, betekent dit echter een groot gevaar voor de hechting van het pleisterwerk op betonnen plafonds.
Om verschillende redenen geven de betonelementen hun overtollig water langs de onderzijde af, dit wil zeggen het aanhechtingsvlak van het pleisterwerk. Tijdens het droogproces van het pleisterwerk vormen zich in dit vlak, doorheen de hechtingsfilm, kristallen die zich vastzetten in het betonoppervlak. Uit onderzoek blijkt dat door het alkalische karakter van het beton de kristallen die voor de aanhechting zorgen, zes maal sneller oplossen dan in gewoon water. Plafonds bepleisteren met producten op basis van gips in gebouwen die niet genoeg gedroogd zijn is dus nefast voor de aanhechting van het pleisterwerk.
Door de steeds toenemende tijdsdruk op de uitvoering van de werken en het trager drogen van het beton is het steeds moeilijker om de nodige droogtijden te respecteren. In de kantlijn moeten we toch ook even vermelden dat uit verschillende studies is gebleken dat de toepassing van betonelementen met ruwe onderzijde helemaal geen oplossing biedt voor dit probleem.
Spuitplamuur biedt meer zekerheid
De oplossing bestaat erin de betonnen plafonds af te werken met een niet gipshoudend product dat in een later stadium tijdens de uitvoering aangebracht kan worden: spuitplamuur op basis van dolomiet. Door de grote gladde oppervlakken van de breedplaten kan deze zeer dunlagig aangebracht worden en moeten weinig voegen bijgewerkt worden. Het aanbrengen van spuitplamuur gaat bovendien snel.
Ook vanuit economisch standpunt wordt meer en meer voor spuitplamuur gekozen. De werkwijze met spuitplamuur heeft dan ook een aantal heel specifieke troeven: - Hechtingsprimers zijn op de meeste ondergronden niet nodig - Er kan proper worden gewerkt, waardoor er – zeker als men de spuitplamuur met airlessapparatuur aanbrengt – minder of helemaal niet moet afgedekt worden. - Geen stellingen plaatsen en afbreken: nogmaals tijdswinst !
Doordat met spuitplamuur proper gewerkt wordt, kan deze aangebracht worden in de afwerkingsfaze, zelfs tijdens de schilderwerken, als het gebouw zeker droog staat.
Spuitplamuur: Types en samenstellingen Onder “spuitplamuur” verstaan we de gebruiksklare, machinaal te verspuiten pasta die hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het aanbrengen van een dunne afwerkingslaag op betonnen plafonds.
Alle spuitplamuren bevatten : - vulstoffen zoals calciummagnesiumcarbonaat (= gemalen dolomietmarmer) of calciumcarbonaat (= kalk). - bindmiddelen (vb latex copolymeren) water
Afhankelijk van het type plamuur zijn er diverse toevoegingen mogelijk : - lichtgewicht vulstoffen (perliet, aluminiumsilicaten,..) pigmenten - diverse toeslagstoffen
Glad of gestructureerd, wit of gekleurd Betonnen plafonds met spuitplamuurafwerking worden in ons land hoofdzakelijk wit en glad opgeleverd. Naast de gladde afwerking is ook een gekorrelde afwerking mogelijk.
In de massa gekleurde plamuren moeten niet geschilderd worden.
Bij een in de massa gekleurde spuitplamuur vallen eventuele latere beschadigingen veel minder op dan bij een geschilderde ondergrond.
Het aanbrengen van spuitplamuur op breedplaten
De ondergrond
De ondergrond moet voldoende droog zijn, vrij van stof en verontreinigingen, en mag enkel aanvaardbare oneffenheden vertonen. Gezien het beperkte vulvermogen van spuitplamuur –enkele mm - zorgen in de praktijk vooral uitstekende metalen liggers of onnauwkeurig geplaatste elementen voor praktische problemen.
Werfomstandigheden
Spuitplamuur kan net zoals een gipsbepleistering worden aangebracht vanaf een ondergrond– en omgevingstemperatuur van 5° C.
De relatieve luchtvochtigheid mag niet hoger zijn dan 80%. Een hoge vochtigheidsgraad zal de afbindtijd aanzienlijk verlengen. Ook de laagdikte, temperatuur, ventilatie en type ondergrond zullen de droogtijd beïnvloeden. Aangezien een betonnen plafond meestal in 2 opeenvolgende dagen wordt afgewerkt (2 lagen spuitplamuur) is het van groot belang te zorgen voor een optimale droging en ventilatie, ook na het aanbrengen van de eerste laag.
Voorbehandelingen door de aannemer
Vooraleer de eerste laag spuitplamuur op het beton kan worden gespoten, heeft de aannemer nog wat voorbereidingen te doen. Hij zal indien nodig de ondergrond reinigen (stof, vet en vuil afwassen), uitstekende delen afsteken en de betonnen ondergrond lichtjes afschuren, eventuele reparaties uitvoeren en laten drogen, naden vullen met hechtgips en laten drogen, metalen elementen voorbehandelen met roestwerend product, indien nodig de oppervlakken afdekken die niet worden afgewerkt, wapeningsweefsel en dilatatievoegen voorzien waar nodig, enz..
Het spuiten van de plamuur
Het aantal spuitbeurten is afhankelijk van de kwaliteit van de ondergrond. Over het algemeen volstaan 2 lagen. Om efficiënt te kunnen werken wordt de plamuur machinaal aangebracht met airlessapparatuur of met een wormpomp. De vakman gebruikt brede, op verlengsteel gemonteerde plamuurmessen van ca 60cm om de machinaal opgebrachte massa vlak te plamuren.
Voorbehandelingen voor de schilder
Het volstaat om de ondergrond te schuren met korrel 100-120, te ontstoffen en te primeren alvorens te schilderen.


